6 ECTS credits
175 u studietijd

Aanbieding 1 met studiegidsnummer 1001288BNR voor alle studenten in het 1e semester met een verdiepend bachelor niveau.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Niet mogelijk
Beoordelingsvoet
Beoordeling (0 tot 20)
2e zittijd mogelijk
Ja
Inschrijvingsvereisten
Studenten in de bachelor Communicatiewetenschappen hebben ‘Communicatiewetenschappen I’ en 'Academisch onderzoek 1' gevolgd alvorens dit opleidingsonderdeel op te nemen. Studenten in een andere bachelor hebben ‘Communicatiewetenschappen I’ gevolgd alvorens dit opleidingsonderdeel op te nemen.
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Faculteit Sociale Wetensch & SolvayBusinessSchool
Verantwoordelijke vakgroep
Communicatiewetenschappen
Onderwijsteam
Michael Pakvis
Eusebie Huysman
Eduard Cuelenaere (titularis)
Onderdelen en contacturen
20 contacturen Hoorcollege
6 contacturen Werkvormen en Praktische Oef.
149 contacturen Zelfwerk en -studie
Inhoud

De cursus ‘Communicatiewetenschappen II’ bouwt voort op ‘Communicatiewetenschappen I’ en verdiept zich in de interdisciplinaire ontwikkeling van het onderzoeksveld. De focus ligt op hoe onderzoeksvragen ontstaan, veranderen en steeds worden beïnvloed door wetenschappelijke paradigma’s en bredere socio-historische contexten. We behandelen een capita selecta van belangrijke theoretische stromingen en methodologische benaderingen binnen het vakgebied en analyseren hoe media, technologie en samenleving elkaar wederzijds vormgeven. Specifiek worden vijf thematische benaderingen verkend die de veelzijdigheid van het vakgebied illustreren: (1) massamedia, manipulatie en de cultuurindustrie; (2) media en technologisch determinisme; (3) media en de publieke sfeer; (4) het actieve publiek en betekenisgeving in/via media; (5) media en de constructie van smaak en sociale identiteiten.

Een belangrijk uitgangspunt in deze cursus is dat communicatiewetenschappelijke theorieën, ongeacht hun historische oorsprong, waardevolle instrumenten zijn om (hedendaagse) media- en communicatieprocessen kritisch te analyseren. Daarom wordt in de cursus systematisch een brug geslagen tussen theoretische concepten en recente (actualiteits-)casussen, zodat studenten leren hoe zij deze inzichten zelf kunnen toepassen.

Het bijhorende werkcollege (WPO) sluit hier nauw op aan en heeft als doel studenten kritisch te leren omgaan met wetenschappelijke literatuur en actuele mediavraagstukken, alsook hierover helder te communiceren. Dit gebeurt via een gezamenlijke analyse van academische teksten, evenals via groepspresentaties en -discussies. Studenten scherpen hun academische vaardigheden verder aan door middel van presentaties en een visueel eindwerk, waarin ze theoretische concepten leren toepassen op hedendaagse mediaverschijnselen en maatschappelijke tendensen. Peer assessment wordt ingezet om samenwerking en individuele reflectie te bevorderen.

Meer uitleg over de werkcollegeopdrachten en bijhorende verwachtingen is beschikbaar via het digitale leerplatform Canvas.

Studiemateriaal
Cursustekst (Vereist) : Communicatiewetenschappen II
Praktisch cursusmateriaal (Aanbevolen) : Recente krantenartikelen als uitvalsbasis voor kennisname met theoretische en methodologische debatten
Digitaal cursusmateriaal (Vereist) : Slides lessen Communicatiewetenschappen II
Bijkomende info

In de lessen wordt gebruik gemaakt van slides. De wetenschappelijke teksten dienen ter ondersteuning van de colleges waarin de feitelijke en encyclopedische informatie nader wordt toegelicht. Tijdens de werkcolleges zijn de wetenschappelijke teksten het basismateriaal om aan de verschillende werkcolleges te kunnen deelnemen en de verschillende oefeningen tot een goed einde te kunnen brengen.

Aanvullend studiemateriaal:

Soms worden recente krantenartikelen gehanteerd als vertrekpunt om theoretische en methodologische debatten scherp te stellen. Daarnaast verzamelen en analyseren studenten zelf persartikels die aansluiten bij de spanningsvelden uit de wetenschappelijke teksten.

De studiebelasting wordt als volgt ingeschat:

  • Hoorcollege (HOC): collectieve contactmomenten waarop de titularis de leerinhouden behandelt
  • Werkvormen en praktische oefeningen (WPO): collectieve en individuele contactmomenten waarop de student onder begeleiding met de leerinhouden aan de slag gaat
  • Zelfwerk en –studie (ZELF): contactonafhankelijke activiteiten

Onderstaande werkvormberekening is indicatief en geeft een aanduiding van de te verwachten studiebelasting

HOC: 20 uur

  • klassieke lessen: 10 * 2 uur

ZELF (m.b.t. HOC): 78 uur

  • cursus bijhouden tijdens het jaar en doornemen van achtergrondinfo: à rato van 3 uur per HOC = 10 * 3 = 30 uur.
  • studeren: 6 dagen van 8 uur = 48 uur

WPO: 6 uur

  • Werkcollege 1: op basis van de opgegeven vragen in groep een korte presentatie geven over de kern van twee wetenschappelijke basisteksten per thema + minstens twee (in groep voorbereide) kritische vragen stellen over een andere presentatie (2 uur)
  • Werkcollege 2: op basis van drie extra academische bronnen (bovenop de twee uit werkcollege 1) en drie zelfgekozen recente nieuwsartikelen een presentatie geven + minstens twee (in groep voorbereide) kritische vragen stellen over een andere presentatie (2 uur)
  • Werkcollege 3: pitchen van visuele essays aan docent en medestudenten en feedback krijgen van de docent(en) (2 uur)

ZELF (m.b.t. WPO): 71 uur

  • grondig lezen van alle wetenschappelijke teksten die aansluiten bij het WPO Communicatiewetenschappen II: 36 uur
  • voorbereiden van de werkcolleges door kritische analyse en verwerking van de eigen wetenschappelijke teksten en persartikelen in groep: 3 * 3 uur = 9 uur
  • schrijven van een peer assessment van elk groepslid, zichzelf inbegrepen: 30 minuten * 4 = 2 uur
  • werken aan groepspresentaties en de eindopdracht (visueel essay) op basis van de opgegeven en zelfgekozen wetenschappelijke literatuur, alsook de gekozen persartikels, bovenop de verworven inzichten en feedback uit de werkcolleges: 23 uur
  • groepsfeedback: 1 uur (vragen via mail of tijdens permanentie in blok)
Leerresultaten

Algemene competenties

Deze cursus wenst inzicht te bieden in de manier waarop het communicatiewetenschappelijke onderzoeksveld zich heeft ontwikkeld en waarom. De cursus wenst een overzicht te bieden van de belangrijkste onderzoeksvragen, theorieën, concepten, methodes en auteurs die binnen de communicatiewetenschappen gehanteerd worden en welke de onderlinge spanningsvelden hierbij zijn. De cursus moet de mogelijkheid bieden dat studenten zichzelf (als onderzoeker) en bepaalde onderzoeksvragen en -methodes binnen het vakgebied kunnen situeren. Het studiedeel wenst zodoende op BA2 niveau bij te dragen tot de vorming van een kritische, reflectieve professional eigen aan de opleiding Communicatiewetenschappen.

In het bijzonder draagt dit studiedeel bij tot de volgende leerdoelstellingen:

  • De studenten hebben kennis en begrip van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities binnen de Communicatiewetenschappen, m.i.v. de niveaus (micro-meso-macro), types (vb. bedrijfs-, overheids-, journalistieke, … communicatie) en componenten (zender, medium, boodschap, ontvanger) van communicatie.
  • De studenten hebben inzicht in de positie en onderlinge relatie van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities binnen het vakgebied en dit steeds in verhouding tot andere theorievorming, methoden, concepten en modellen in andere disciplines (interdisciplinariteit).
  • De studenten hebben inzicht in het achterliggende mens- en maatschappijbeeld en (de historische ontwikkeling van) de premissen van de diverse paradigma’s, de voornaamste theoretische stromingen, concepten en onderzoekstradities in het algemeen, en in hun benadering van de relatie media, communicatie en samenleving in het bijzonder.
  • De studenten hebben kennis en begrip van de historische en recente ontwikkelingen van media en communicatie.
  • De studenten geven blijk van een kritische houding ten aanzien van bronnenmateriaal en literatuur.
  • De studenten kunnen een eigen wetenschappelijk onderbouwd oordeel ontwikkelen en hierbij in de geest van het vrije onderzoek - dat is vanuit een open, kritisch-constructieve en a-dogmatische houding - handelen. Zij gaan hierbij niet op zoek naar 'ultieme waarheden', maar spelen vanuit een open houding in op wetenschappelijke debatten en de relatieve onzekerheid van inzichten.
  • De studenten kunnen kritisch en zelf-reflectief, binnen een langetermijnperspectief, uitgaand van een interdisciplinaire invalshoek, en zich hoedend voor monocausale interpretaties de impact inschatten van sociale, culturele, economische, ethische, technologische, politieke, juridische en andere factoren op communicatieprocessen.
  • De studenten reflecteren over de eigen positie als wetenschapper, duiden de eigen aannames en identificeren en expliciteren kritisch eigen vooronderstellingen.
  • De studenten geven blijk van een eerlijke attitude, ethische houding en geëngageerde ingesteldheid wat toelaat een relevante bijdrage te leveren aan actuele wetenschappelijke en maatschappelijke debatten.
  • De studenten kunnen vanuit een open attitude functioneren in een cultureel diverse internationale context. Zij reflecteren kritisch over de eigen (geografische, sociale, culturele, lokale, persoonlijke, …) positie.
  • De studenten geven blijk van een geïnteresseerde, leergierige en zoekende ingesteldheid en beschikken over een open attitude ten aanzien van een leven lang en zelfstandig leren.

Beoordelingsinformatie

De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
Examen Schriftelijk bepaalt 60% van het eindcijfer

Examen Praktijk bepaalt 35% van het eindcijfer

Examen Andere bepaalt 5% van het eindcijfer

Binnen de categorie Examen Schriftelijk dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Schriftelijk Examen met een wegingsfactor 60 en aldus 60% van het totale eindcijfer.

Binnen de categorie Examen Praktijk dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Groepsopdracht met een wegingsfactor 20 en aldus 20% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: visueel essay
  • Groepsopdracht met een wegingsfactor 15 en aldus 15% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: presentaties en actieve betrokkenheid

Binnen de categorie Examen Andere dient men volgende opdrachten af te werken:

  • Peer Assessment met een wegingsfactor 5 en aldus 5% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: Evaluatie van het samenwerkingsproces voor het uitvoeren van de groepsopdrachten. Deze evaluatie wordt gebaseerd op de peer assessments

Aanvullende info mbt evaluatie

Algemeen:

  • Het gebruik van generatieve AI als een ondersteunende tool is toegestaan. De student moet op gepaste wijze rapporteren over het AI-gebruik. Specifieke instructies worden gecommuniceerd via het leerplatform en in het eerste hoorcollege.

  • Indien een student niet geslaagd is voor het opleidingsonderdeel in de eerste zittijd en doorverwezen wordt naar de tweede zittijd, maar op één van de twee opdrachtcategorieën (HOC of WPO) een minimumscore van 10/20 heeft behaald, wordt dat deelresultaat overgedragen naar de tweede zittijd. Indien de student er echter voor kiest om het examenonderdeel waarop minimaal 10/20 werd behaald toch opnieuw af te leggen, dient die uiterlijk vóór de start van de tweede zittijd een e-mail te sturen naar de docent (zie academische kalender van het betreffende academiejaar). In dat geval vervalt het eerder behaalde deelresultaat en wordt de nieuwe score in de tweede zittijd het officiële cijfer voor dat onderdeel, zelfs indien deze lager uitvalt dan de oorspronkelijke score.

  • Het is niet vereist dat een student afzonderlijk voor ieder evaluatieonderdeel (zowel ‘Examen Schriftelijk’, ‘Examen Praktijk’ en ‘Examen Andere’) een voldoende behaalt; de eindscore voor dit opleidingsonderdeel wordt berekend op basis van de gewogen samenstelling van de drie onderdelen.

WPO:

  • Voor het eerste en tweede werkcollege bereiden studenten in groep een presentatie voor op basis van vooraf opgegeven vragen en wetenschappelijke literatuur. De richtlijnen en sjablonen voor de presentaties worden tijdig via het digitale leerplatform beschikbaar gesteld. Naast de verplichte basisteksten integreren studenten bijkomende academische bronnen en recente nieuwsartikelen om hun analyse te verdiepen en te verbinden met actuele mediaverschijnselen. Tijdens deze werkcolleges presenteren de groepen hun bevindingen en nemen ze actief deel aan de discussie, waarbij ze kritische vragen formuleren over andere presentaties. In het derde en laatste werkcollege fase pitchen studenten hun visuele essays en geven en ontvangen ze gerichte feedback ter verfijning van hun eindwerk.
  • In groep werken studenten aan een visueel essay waarin ze een communicatiewetenschappelijke theorie uit de cursus koppelen aan recente wetenschappelijke inzichten en toepassen op een actueel mediaverschijnsel of socio-cultureel fenomeen. Dit gebeurt aan de hand van de verplichte basisteksten enerzijds en minstens drie extra academische bronnen en drie persartikelen uit (inter-)nationale erkende nieuwsbronnen anderzijds. Het visuele essay biedt een theoretisch onderbouwde en kritisch geformuleerde visuele argumentatie, waarbij beeld en tekst samen een helder en goed gestructureerd standpunt vormen. Het is met andere woorden geen loutere illustratie van een tekst, maar een geïntegreerd geheel waarin visuele keuzes de kernboodschap versterken. Bij laattijdige indiening van deze opdracht wordt per dag vertraging 5% van het cijfer voor de betreffende opdracht afgetrokken.
  • Elke student voert per werkcollege een peer assessment uit, waarbij die zichzelf en elk groepslid beoordeelt aan de hand van een opgegeven template en/of softwareapplicatie. Dit assessment evalueert niet alleen de samenwerking binnen de groep, maar ook de individuele voorbereiding en inhoudelijke bijdrage van elke student (inclusief zichzelf). De begeleider/docent baseert de beoordeling op de ontvangen peer assessments, maar kan punten aanpassen indien blijkt dat een student zichzelf of anderen onterecht te hoog of te laag inschat. Onvoldoende of oppervlakkige evaluaties kunnen leiden tot puntenverlies.
Toegestane onvoldoende
Kijk in het aanvullend OER van je faculteit na of een toegestane onvoldoende mogelijk is voor dit opleidingsonderdeel.

Academische context

Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Bachelor in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen: Standaard traject
Bachelor in de communicatiewetenschappen: Standaard traject
Bachelor in de politieke wetenschappen en de sociologie: - afstudeerrichting sociologie, minor communicatiewetenschappen
Bachelor in de politieke wetenschappen en de sociologie: - afstudeerrichting politieke wetenschappen, minor communicatiewetenschappen
Schakelprogramma Master of Science in de communicatiewetenschappen: Standaard traject
Voorbereidingsprogramma Master of Science in de communicatiewetenschappen: Standaard traject