6 ECTS credits
150 u studietijd
Aanbieding 1 met studiegidsnummer 4022125FNW voor werkstudenten in het 2e semester met een gespecialiseerd master niveau.
De ontwikkelingen in de gezondheidszorg en de toenemende behoeften van patiënten en zorggebruikers zorgen ervoor dat,om optimale zorg te kunnen aanbieden afgestemd op de behoeften van patiënten en hun peers, steeds meer moet ingezet worden op samenwerking tussen professionals uit verschillende disciplines en organisaties binnen en tussen verschillende sectoren. De wijze waarop multi- en/of interdisciplinaire samenwerking zowel klinisch als organisatorisch kan worden vorm gegeven staat centraal in dit OO.
Het OO bestudeert de beschikbare “realist evidence” rond barrières en faciliterende factoren voor interdisciplinair en multidisciplinair samenwerken, met bijzondere nadruk op structurele (financiële, regelgevende, culturele factoren (taal, gewoontes, normen, waarden, preferenties,…) en communicatieve aspecten die de samenwerking beïnvloeden. Het OO staat stil bij de vraag op welke manier samenwerken en het organiseren van samenwerken een essentieel onderdeel is van integratie van zorg.
In het OO wordt stilgestaan bij hulpmiddelen die de interprofessionele, interorganisatorische en intersectorale samenwerking kunnen ondersteunen. De studenten maken op basis van die inzichten een praktijkgeorienteerd actieplan om samenwerking in gezondheidszorg te reliseren of te verbeteren
Tijdens de interactieve colleges worden toelichtingen geven over de theorie e wordn praktisch "hands-on" oefeningen gemaakt over het belang van ontwerpregels van samenwerking en wordt door de studenten een actieplan gemaakt (een paper) hoe ze samenwerking zullen organiseren, rekening houdend met de theoretische en empirische inzichten rond samenwerken
Kennis en inzicht verwerven over de verschillende betekenissen van multidisciplinaire, interdisciplinaire, interprofessionele, interorganisatorische en intersectorale samenwerking en de praktische implicaties voor de organisatie van de gezondheidszorg.
Kennis en inzicht verwerven in de barrières en faciliterende randvoorwaarden voor de verschillende vormen van samenwerking in de zorg.
Praktische vaardigheden verwerven over aspecten die te maken hebben met de verschillende vormen van samenwerken (structurele en culturele factoren).
Praktische vaardigheden verwerven om adequaat te communiceren ten behoeve van efficiënte samenwerking.
Praktische vaardigheden verwerven om gebruik te maken van hulpmiddelen (tools) om de samenwerking te onderbouwen of uit te bouwen.
De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
Examen Schriftelijk bepaalt 50% van het eindcijfer
ZELF Paper bepaalt 50% van het eindcijfer
Binnen de categorie Examen Schriftelijk dient men volgende opdrachten af te werken:
Binnen de categorie ZELF Paper dient men volgende opdrachten af te werken:
50% theorie: in het OO wordt de theorie getoetst aan de hand van een geanonimiseerd schriftelijk examen over aspecten van samenwerken in de zorg. De kennis wordt verworven op basis van de aangeboden leerstof
50% op een zelf uitgewerkte toepassing (een actieplan) voor samenwerken in de zorg.
Het gebruik van GenAI als een ondersteunende tool is beperkt toegestaan voor het oriënteren en verdiepen van de probleemstelling waarvoor een plan van aanpak wordt ontwikkeld. De student moet op gepaste wijze rapporteren over het AI-gebruik en moet aanvullend gebruik maken gepaste informatiebronnen zoals aangeleerd in de opleiding . Specifieke instructies worden gecommuniceerd in de colleges en via het leerplatform
Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Master in het management en het beleid van de gezondheidszorg: Standaard traject