6 ECTS credits
150 u studietijd
Aanbieding 1 met studiegidsnummer 4024351FNR voor alle studenten in het 1e semester met een gespecialiseerd master niveau.
Dit mastervak behandelt de geschiedenis, de betekenis, de kenmerken en de impact van de art nouveau en art deco, de stijlen die van ca. 1890 tot 1940 bepalend waren voor de decoratieve kunsten. Beide stijlstromingen situeren zich binnen een scharniermoment van de kunstgeschiedenis met verschillende tegenstellingen: ambacht versus machinale productie; elite versus middenklasse, … Zij hebben geleid tot belangrijke verschuivingen die zich chronologisch voltrekken in de evolutie van art nouveau naar art deco. Fundamentele vragen die kunnen worden gesteld zijn: wat zijn de kenmerken van deze stijlen? Wat is de invloed van maatschappelijke, politieke en technologische veranderingen op beide kunststromingen? Hoe beïnvloedden deze kunststromingen de kunstwereld? En hoe en op welk publiek speelden deze stijlen in en wat was de receptie van de kunstcritici en het publiek? Er wordt ruimte geboden voor actuele thema’s met betrekking tot de art nouveau en art deco zoals de kloniale problematiek, propaganda en de opkomst en betekenis van vrouwelijke kunstenaars in de stijlperiodes, onder meer aan de hand van wetenschappelijke artikelen die kritisch worden geanalyseerd.
Het vak bstaat uit hoorcolleges en excursies. De student moet een paper schrijven over een onderwerp m.b.t. dit vakgebied en die paper in klasverband presenteren.
1. De student heeft kennis over art nouveau en art deco.
2. De student heeft kennis over de maatschappij waarin deze stijlen zich hebben ontwikkeld.
3. De student kan wetenschappelijke teksten m.b.t. het onderwerp kritisch analyseren.
4. De student kan zelfstandig een onderzoeksvraag formuleren die uitmondt in een kritische paper over een specifiek aspect of object.
5. De student kan een kritische onderzoekspaper over een onderwerp of object schrijven.
6. De student is in staat de leesstof kritisch te bespreken.
De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:
Examen Mondeling bepaalt 50% van het eindcijfer
Examen Praktijk bepaalt 50% van het eindcijfer
Binnen de categorie Examen Mondeling dient men volgende opdrachten af te werken:
Binnen de categorie Examen Praktijk dient men volgende opdrachten af te werken:
50% van het eindcijfer wordt bepaald door een onderzoekspaper (ca. 3000 woorden). 50% van het eindcijfer wordt bepaald door een mondelinge presentatie van de paper en kennis en inzicht van de leerstof.
Deze aanbieding maakt deel uit van de volgende studieplannen:
Master in de kunstwetenschappen en de archeologie: Standaard traject